Vijf Leidse muurgedichten: locaties en verhalen uit publicaties van 2020
Een Russisch gedicht bij de Pieterskerk, Japanse dichtregels aan het Rapenburg en Spaanse poëzie bij de Langebrug: de Leidse muurgedichten verbinden literatuur met concrete plekken in de stad. Het oorspronkelijke project van Stichting TEGEN-BEELD telde 101 gedichten, aangebracht tussen 1992 en 2005. Vanaf 2010 kwamen daar nieuwe gedichten bij.
Deze historische selectie beschrijft vijf gedichten, hun achtergrond en de locaties die twee publicaties uit 2020 noemen. De huidige aanwezigheid, zichtzijde en bereikbaarheid zijn niet opnieuw gecontroleerd. Het artikel biedt daarmee een terugblik op het project, geen gecontroleerde wandelroute of actuele bezoekinformatie.
Het begin bij de Pieterskerk
Op de hoek van de Kloksteeg en de Nieuwsteeg begon het op 9 oktober 1992 met ‘Mijn verzen’ van Marina Tsvetajeva. Het gedicht werd in het Russisch op de muur geschilderd. Volgens een artikel van Sargasso, gepubliceerd op 25 oktober 2020, hing er een bordje bij met een Nederlandse en Engelse vertaling.
Dat eerste gedicht laat meteen het uitgangspunt zien: de poëzie verscheen in de oorspronkelijke taal op de gevel. Nederlandse vertalingen kwamen op afzonderlijke kunststof bordjes. Daardoor horen ook de verschillende schriften bij het straatbeeld, los van de vraag of je de taal kunt lezen.
Japanse en Portugese poëzie
Een tweede locatie is Rapenburg 75, aan de zijgevel bij de Nonnensteeg. Daar werd in 1994 ‘Een woedende zee!’ van Matsuo Basho aangebracht. Sargasso noemt zowel het adres als de zijgevel: een nuttig onderscheid bij een kunstwerk dat niet aan de voorzijde van een pand zit.
Op de hoek van de Vliet en de Kampersteeg beschreef Wilma Lankhorst in 2020 Fernando Pessoa’s ‘Ás Vezes’. Volgens haar artikel, gepubliceerd op Wilma Takes a Break op 13 november 2020, stond het daar sinds 1993. Lankhorst vertelt ook hoe Ben Walenkamp en Jan Willem Bruins begin jaren negentig het plan voor gedichten in verschillende talen maakten en in 1993 Stichting TEGEN-BEELD oprichtten.
Een slotgedicht en een gedicht voor een vriendin
Volgens Sargasso werd bij de Langebrug, tegenover nummer 56 en bij de kruising met de Zonneveldstraat, in 2005 ‘De Profundis’ van Federico García Lorca onthuld. Dit was gedicht nummer 101: het sluitstuk van de oorspronkelijke reeks. Samen met Tsvetajeva’s gedicht markeert het dus de twee uiteinden van de eerste projectperiode.
Een andere literaire verbinding vind je bij Nieuwe Rijn 94. Lankhorst situeert daar ‘Wahrlich’ van Ingeborg Bachmann. Bachmann schreef het gedicht in 1964 voor haar vriendin Anna Achmatova. Hier geeft de achtergrond een extra laag aan de tekst: achter de naam op de gevel schuilt ook een band tussen twee dichters.
Wat de publicaties melden over teksten en vertalingen
Voor het lezen achter de gevel verwezen de publicaties uit 2020 naar de projectwebsites Tegen-Beeld en muurgedichten.nl. Die werden genoemd als plekken voor oorspronkelijke teksten, vertalingen, informatie over dichters en locaties. De afzonderlijke pagina’s voor deze vijf gedichten zijn voor dit artikel niet gecontroleerd; daarom staan hier geen directe verwijzingen naar hun teksten of vertalingen.
Sargasso beschreef in 2020 ook thematische wandelingen, met onderwerpen als ‘Vreemde schriften’, ‘Vrijheid’, ‘Natuur’ en ‘Schrijverschap’. Het artikel meldde bovendien dat sommige muurgedichten in de loop der jaren uit het straatbeeld waren verdwenen; historische adresvermeldingen zijn dus geen garantie voor de situatie van vandaag.
Illustratieve foto. Foto: ThoughtCatalog via Pixabay (Pixabay-licentie)